Deze website maakt gebruikt van cookies om instellingen te onthouden en om de website beter op uw behoeften af te stemmen. Klik hier voor meer informatie over cookies.

Ja, ik ga akkoord Nee, ik ga niet akkoord X
« Terug naar zoekresultaten

Exploitatiebegroting 2017-2020

 

Realisatie 2016

 

2017

 

2018

 

2019

 

2020

BATEN

         

Rijksbijdragen

493.200

 

496.500

 

489.200

 

481.700

 

475.200

Overige subsidies

9.700

 

10.600

 

9.000

 

11.100

 

13.600

Collegegeld

-

 

-

 

-

 

-

 

-

Overige baten

22.400

 

19.100

 

18.000

 

17.800

 

17.400

Totale baten

525.300

 

526.200

 

516.200

 

510.600

 

506.200

          

LASTEN

         

Personeelslasten

424.700

 

435.000

 

421.800

 

415.800

 

411.400

Afschrijvingen

23.800

 

22.100

 

21.400

 

23.300

 

25.200

Huisvestingslasten

25.000

 

23.400

 

21.800

 

21.600

 

21.600

Overige lasten

52.400

 

51.700

 

50.000

 

48.400

 

47.500

Totale lasten

525.900

 

532.200

 

515.000

 

509.100

 

505.700

          

SALDO BATEN EN LASTEN

600-

 

6.000-

 

1.200

 

1.500

 

500

          

Financiële baten en lasten

1.400-

 

1.600-

 

1.700-

 

1.900-

 

2.400-

          

SALDO FINANCIËLE BATEN EN LASTEN

1.400-

 

1.600-

 

1.700-

 

1.900-

 

2.400-

          

BEGROTINGSRESULTAAT

2.000-

 

7.600-

 

500-

 

400-

 

1.900-

Uitgaven ten laste van bestemmingsfondsen

400

 

400

 

300

 

200

 

200

BEGROTINGSRESULTAAT GEWONE BEDRIJFSVOERING

1.600-

 

7.200-

 

200-

 

200-

 

1.700-

Tabel 8: Exploitatiebegroting 2017-2020 (bedragen x 1.000 euro)

Hierboven is de geconsolideerde begroting over de periode 2017-2020 weergegeven. De negatieve begrotingsresultaten komen voort uit de extra middelen uit het Herfstakkoord in 2013, die in de komende jaren ingezet worden ten behoeve van het onderwijs. Vanaf 2021 wordt ingezet op een sluitende begroting.

Leerlingaantallen en personeel

Grafiek 16: Verloop aantal leerlingen

Het aantal leerlingen zal naar verwachting een dalende tendens laten zien. De daling is in lijn met een daling van het aantal voortgezet onderwijsleerlingen in Noord-Brabant, in navolging van het primair onderwijs. Door de terugloop van het aantal leerlingen zijn er in de komende jaren minder leraren nodig. In de komende jaren bereikt echter een groter aantal leraren de pensioengerechtigde leeftijd. Hierdoor zullen de komende jaren nieuwe docenten moeten worden aangetrokken.

Gemiddeld aantal personele fte's

Realisatie
2016

 

2017

 

2018

 

2019

 

2020

          

Directie

140

 

138

 

134

 

130

 

125

Onderwijs ondersteunend personeel (overig)

875

 

871

 

852

 

842

 

835

Overhead

1.015

 

1.009

 

986

 

972

 

960

          

Onderwijzend personeel

4.100

 

4.029

 

3.923

 

3.853

 

3.798

Onderwijs ondersteunend personeel (primair proces)

441

 

440

 

429

 

422

 

417

Onderwijs proces

4.541

 

4.469

 

4.352

 

4.275

 

4.215

          

Totaal

5.556

 

5.478

 

5.338

 

5.247

 

5.175

Tabel 9: Gemiddeld aantal fte’s in 2017-2020

De omvang van de formatie zal in de komende begrotingsjaren verder afnemen. Hierbij daalt het aantal fte overhead relatief minder sterk dan het aantal fte onderwijsproces.

Aanwezigheid en werking van het interne risicobeheersings- en controlesysteem

Vereniging Ons Middelbaar Onderwijs bestaat uit verschillende scholen verspreid over de provincie Noord-Brabant. Belangrijk uitgangspunt is de manier waarop binnen de organisatie wordt gewerkt; volgens het principe van ‘alles decentraal, tenzij’. Hoe dit principe in de praktijk werkt is in het verleden treffend verwoord door Paul Rosenmöller, als voorzitter van de VO-raad, na een bezoek aan een van de OMO-scholen:

“Bij een eerder bezoek aan een van de scholen van OMO in Den Bosch viel me op dat geen van de scholieren, docenten of leidinggevenden iets zei over deze grootschaligheid. De filosofie van het bestuur ‘wij zijn grootschalig georganiseerd en kleinschalig vormgegeven’ wordt in de praktijk waargemaakt. De scholen kennen een grote mate van vrijheid in de vormgeving van het onderwijs ter plekke. De identiteit van de scholen staat voorop, niet het bestuurlijke OMO-verband. Binnen dit OMO-verband bestaat dan ook een grote mate van diversiteit en variëteit. En ouders en leerlingen lijken zich lang niet altijd bewust van het feit dat hun school behoort tot deze grote vereniging.

Deze besturingsfilosofie zorgt samen met het over Noord-Brabant verspreide onderwijsaanbod voor een spreiding van de risico’s die de organisatie loopt.

Hiernaast kent de vereniging een uitgebreid instrumentarium voor de (risico)beheersing van de organisatie:

  • Meerjarige strategiebepaling op het niveau van de vereniging, vertaald naar een jaarlijks werkprogramma op schoolniveau.

  • Een governance structuur, waarbinnen:

    • de belangrijkste onderwerpen op het gebied van onderwijs, personeel, huisvesting en financiën worden besproken met alle schoolleiders, de Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad, de auditcommissie van de raad van toezicht, de raad van toezicht en de ledenraad. Elke afzonderlijke schoolleiding legt daarnaast ook verantwoording af aan de eigen medezeggenschapsraad en de raad van advies van de school;

    • de vergaderplanning met deze geledingen is geborgd in de planning- en controlcyclus.

  • Periodiek wordt eveneens gekeken naar:

    • ontwikkelingen in het onderwijs;

    • de meerjarige financiële (balans)positie en het aan te houden weerstandsvermogen voor het opvangen van risico’s;

    • de ontwikkeling van de meerjarige leerlingenontwikkeling per onderwijstype in relatie tot het totale onderwijsaanbod per regio.

  • Vastlegging van de administratieve organisatie en interne processen.

  • Een uitgebreide planning- en controlcyclus, die onder andere bestaat uit:

    • monitoring van onderwijskwaliteit;

    • meerjarige leerlingenprognoses per school;

    • meerjarige begrotingen per school, waarbinnen de belangrijkste risico’s zijn benoemd;

    • meerjarige investeringsbegroting;

    • meerjarige liquiditeitsplanning, die periodiek wordt geactualiseerd;

    • periodieke verantwoording door alle scholen over de onderwijskundige, personele en financiële ontwikkelingen;

    • periodieke bijstelling van de meerjarige lumpsum budgetten op basis van de landelijke ontwikkelingen;

    • het jaarverslag.

Daarnaast heeft de vereniging een inventarisatie gedaan van de frauderisico’s binnen de financiële processen en is daarnaast een frauderisicoanalyse opgesteld.

pagina opties

Mijn OMO verslag (0)