Deze website maakt gebruikt van cookies om instellingen te onthouden en om de website beter op uw behoeften af te stemmen. Klik hier voor meer informatie over cookies.

Ja, ik ga akkoord Nee, ik ga niet akkoord X
« Terug naar zoekresultaten

Academische opleidingsscholen

OMO heeft drie Academische Opleidingsscholen (AOS’en). Het gaat om drie clusters van scholen en lerarenopleidingen:

  1. AOS-West-Brabant in samenwerking met de Hogeschool Rotterdam, Fontys Lerarenopleiding Tilburg en de Universitaire Lerarenopleiding Tilburg.

  2. AOS-Midden-Brabant in samenwerking met Fontys Lerarenopleiding Tilburg en de Universitaire Lerarenopleiding Tilburg. Deze AOS is verdeeld in twee substructuren:

    • AOS Den Bosch

    • AOS Tilburg

  3. AOS-Noordoost-Brabant in samenwerking met Fontys Lerarenopleiding Tilburg, Eindhoven School of Education, Radboud Docenten Academie en ILS-Han.

Daarnaast is een aspirant AOS tot stand gekomen: AOS Zuidoost-Brabant. Deze AOS is in 2016 het tweede jaar ingegaan. Het gaat om een samenwerking van zeven scholen met Eindhoven School of Education en Fontys Lerarenopleiding Tilburg. Met de komst van Zuidoost-Brabant zijn alle scholen van OMO formeel opgenomen in een AOS.

Functie AOS’en en projecten

De functie van deze AOS’en gaat verder dan alleen het bijdragen aan de strikte opleidingsdoelen. De primaire taak blijft om in samenwerking met de lerarenopleidingen studenten van de lerarenopleiding voor een groot gedeelte van hun studie (40%) op te leiden in de authentieke schoolomgeving. Studenten leren ook schoolgebonden onderzoek te doen. Een extra taakstelling is dat docenten van de scholen gestimuleerd worden om zelf onderzoek te doen. Verder wordt de ontwikkeling van de school bevorderd door een onderzoeksagenda die is gericht op schoolinnovatie.

Ook in dit verslagjaar voerden de AOS’en projecten uit die door OCW zijn geëntameerd:

  • Het project ‘Versterking samenwerking lerarenopleidingen en scholen’ heeft aandacht voor thema’s als ouderbetrokkenheid, opbrengstgericht werken, omgaan met verschillen, tegengaan van pestgedrag en begeleiding van beginnende docenten na afstuderen. Op aangeven van OCW is ‘School aan Zet’ hiervoor de begeleider.

  • De AOS’en hebben met de Universitaire partners ESoE en ULT samengewerkt in het project ‘Professionele Leergemeenschappen’. Dit project wil docenten stimuleren om met collega’s hun eigen vakonderwijs te verbeteren of een probleem aan te pakken dat voor hun onderwijs relevant is. Dit gebeurt onder begeleiding van deskundigen van de universiteiten.

  • Daarnaast wordt het project ‘Begeleiding Startende Docenten’ uitgevoerd. Het doel van dit project is dat beginnende leraren door intensieve coaching en begeleiding hun professionaliteit vergroten, waardoor vroegtijdige uitval wordt voorkomen. Dit project wordt in goede samenwerking met de ESoE, ULT en Fontys uitgevoerd.

Deze projecten worden wetenschappelijk gemonitord door de Universiteit Utrecht en de Rijksuniversiteit Groningen.

Een nieuwe ontwikkeling is dat scholen een eigen onderzoeksaanvraag kunnen indienen bij het NRO. In december 2016 is een eerste zogeheten Call (= oproep voor een onderzoeksvoorstel) ingediend.

De samenwerking met de universitaire lerarenopleidingen (ESoE, RDA en ULT) is in hoge mate versterkt door een gemeenschappelijke pilot met OMO. De partners hebben drie leerateliers ingericht. Ieder leeratelier bestaat uit docenten van drie scholen, een opleider vanuit één van de lerarenopleidingen en een mix van studenten, die afkomstig zijn van de samenwerkende lerarenopleidngen. Docenten en studenten verdiepen zich onderzoeksmatig in thema’s, volgen masterclasses, ontwerpen samen lessenseries en doen onderzoek naar de effecten daarvan. Afstemming met de schoolleidingen gebeurt in vier atelieroverstijgende tweedaagsen. Zo verbinden we in de leerateliers schoolontwikkelingsvragen aan onderzoek in een setting van opleiden, professionalisering en kennisdeling.

Kwaliteitszorg

De kwaliteitszorg van de academische opleidingsscholen heeft in 2016 een impuls gekregen door de periodieke toetsing door de Nederlands Vlaamse Accreditatie Organisatie (NVAO) op basis van een specifiek beoordelingskader. De betrokken AOS’en hebben verder vormgegeven aan een gemeenschappelijke uitbouw van de kwaliteitszorg. Er is een bredere taakgroep gekomen, waaraan de hogescholen en universiteiten waarmee de vereniging samenwerkt deelnemen. Deze vernieuwde samenwerking maakt mogelijk dat er onderlinge kennisdeling is ontstaan. Zo worden meetinstrumenten meer uitgewisseld en vervolgens geharmoniseerd. Het repertoire van instrumenten voor verschillende typen van kwaliteitszorg is daardoor uitgebreid en specifieker geworden.

pagina opties

Mijn OMO verslag (0)